De Beerze

tekengrootte: -+

 

Zoeken:

 
 

Terug naar:

De Beerze leeft

De Beerze leeft

Natuur

dopheiHet beekdal van de Beerze doorsnijdt de provincie Noord-Brabant van zuid naar noord. De beek ontspringt op de grens met België als Aa of Goorloop en stroomt ter hoogte van de Vught als Essche Stroom uit in de Dommel. De Beerze stroomt van zuid naar noord door een afwisselend landschap met verschillende natuurwaarden. Natte beekdalen met (te ontwikkelen) vochtig schraalland, moeras en broekbossen worden doorsneden door droge dekzandruggen. Op deze dekzandruggen liggen grote natuurgebieden met veel bos, heide en vennen. Van zuid naar noord loopt de Beerze door de volgende natuurgebieden: Cartierheide en Kroonvense heide; Middenbrabantse dekzandrug met de Neterselse, Landschotse, Oostelbeersche en Oirschotse heide en de Buikheide;  de Kampina en de Mortelen; het Helvoirtsbroek  en de landgoederenzone ten zuiden van Sint-Michielsgestel.

In deze natuurgebieden komen veel verschillende bijzondere plant- en diersoorten voor. Hieronder worden een aantal van de droge en natte natuurgebieden die deel uitmaken van de REVZ kort besproken.

Droge natuurgebieden

zonnedauw en moerashertshooiDe Cartierheide is een natuurgebied dat onderdeel uitmaakt van het Natuurgebied De Kempen. Door de Cartierheide stroomt het Dalems Stroompje en men vindt er dan ook veel vochtige heidegebiedjes, berkenbroek en gagelstruweel. In het gebied groeien onder meer ronde zonnedauw en klokjesgentiaan, maar dus ook wilde gagel en dop- en struikheide. Reptielen als gladde slang, levendbarende hagedis en hazelworm leven hier. Ook de heikikker en vinpootsalamander kan men er vinden. Ook komen er verschillende bijzondere vogelsoorten voor als de nachtzwaluw, blauwborst, tapuit, klapekster en kruisbek.

In de Neterselse Heide is droge maar vooral ook natte heide te vinden. Moeraswolfsklauw, beenbreek en klokjesgentiaan komen er voor, evenals witte snavelbies en zonnedauw. Van de vogels kunnen blauwe kiekendief, boomleeuwerik en roodborsttapuit worden genoemd.

Een zeldzaam bostype is het berkenbroekbos. Dit bestaat uit open begroeiing van zachte berk op zure, voedselarme natte bodem. Het bos groeit traag en de bomen worden niet hoger dan 5 à 10 meter. De begroeiing bestaat uit dopheide, veenmossen en groot haarmos. Ook komen hier fraaie gagelstruwelen voor.

De Landschotse Heide bestaat uit vochtige heide met daarin een aantal grote vennen: Keienhurk, Berkven, Wit Holland Ven, Scherpven, en Kromven. Deze vennen zijn rijk aan watervogels en steltlopers, zoals de groenpootruiter en zwarte ruiter, en er komen 24 soorten libellen voor, waaronder de zeldzame Kempense heidelibel en de gevlekte witsnuitlibel. De flora kenmerkt zich onder andere door klokjesgentiaan, beenbreek, oeverkruid en moerashertshooi. Op de natte heide komen ook de volgende diersoorten voor: heikikker, heideblauwtje, moerassprinkhaan, veenhommel en een kleine populatie gentiaanblauwtje. De vogelwereld komt overeen met andere Brabantse heidevelden met soorten als wulp, roodborsttapuit, boomleeuwerik en boompieper.

levendbarende hagedisIn het bosgebied Buikheide liggen de vennen Groot Meer en Klein Meer. Deze vennen zijn op natuurlijke wijze ontstaan door verstuiving van zand tijdens de koude periode van het Weichselien. Het Groot Meer meet 19 ha en behoort daarmee tot de grotere vennen van Noord-Brabant. Sinds 1952 worden de vennen gebruikt voor de berging van spoelwater dat vrijkomt bij de bereiding van drinkwater in het nabijgelegen Pompstation Vessem. Naast diverse verontreinigingen bevat dit spoelwater ook veel kalk, waardoor de verzuring die in de meeste vennen van Noord-Brabant is opgetreden, wordt geneutraliseerd. Hierdoor is er een bijzondere plantengroei, waaronder oeverkruid, naaldwaterbies, gesteeld glaskroos, pilvaren en klein blaasjeskruid. Verder is hier een leefgebied van de heikikker, levendbarende hagedis en veldkrekel.

De Kampina is een gevarieerd natuurgebied met een uitgestrekt heidelandschap dat omring wordt door bos. Vooral aan de noordzijde en de oostzijde liggen uitgestrekte (aangeplante) dennenbossen. Centraal ligt de grote Kampinase Heide die gesierd wordt door talrijke vennen zoals als het Belversven, meer beschut liggen de Huisvennen en de Zandbergsvennen, die bijzonder rijk zijn aan libellensoorten. Op de heide vliegen vogels als de boomvalk, wulp, tureluur en roodborsttapuit. In november en maart rusten en eten hier soms kraanvogels. Ook de levendbarende hagedis wordt hier gevonden. De heide is hier en daar venig en kent bijzondere soorten als lavendelheide. Het noordelijk gedeelte is droger en hier groeit veel struikheide.

Natte gebieden

Het Molenbroek is een laaggelegen vlakte gelegen tegen de Brabantse dekzandrug in het dal van de Kleine Beerze. Het gebied is al enkele honderden jaren in gebruik als open en vochtig tot nat hooiland dat regelmatig overstroomde. Het Molenbroek bestaat uit bos en hooiland. Het huidige landgebruik is vooral agrarisch met een afwisseling van graslanden en akkers. Een aantal percelen worden beheerd als weidevogelgebied. Er komen dan ook een aantal kenmerkende weidevogels voor als de grutto, wulp en tureluur en de meer algemene soorten kievit en scholekster. Van de plantensoorten komen holpijp, blaaszegge en waterzuring voor. Met name holpijp indiceert kwel, blaaszegge is kenmerkend voor veengronden. Ook de heikikker, bruine kikker en de middelste groene kikker komen voor in het Molenbroek.

Spekdonken kenmerkt zich door een middeleeuws verkavelingspatroon en bestaat uit een afwisseling van vochtig berken-eikenbos, struweel en vochtig bloemrijk grasland. De kavels waren van oorsprong nog smaller en werden gescheiden door ondiepe sloten die deels beplant zijn. Ook Spekdonken overstroomde vroeger regelmatig. Plantensoorten die voorkomen in Spekdonken en die kenmerkend zijn voor gebufferd (grond)water en veengronden zijn veldrus, echte koekoeksbloem en kale jonker. Maar ook soorten karakteristiek voor drogere omstandigheden komen voor zoals liggend hertshooi en pilzegge. In Spekdonken komen vooral vogels voor die van de afwisseling open veld-struweel houden, zoals de grasmus en de geelgors. Spekdonken heeft een ideaal landhabitat voor de alpenwatersalamander met grote en kleine bosjes, maar het gebrek aan geschikte voortplantingswateren vormt een knelpunt.

Tot de belangrijkste natuurwaarden van de Kleine Beerze  behoort het voorkomen van de drijvende waterweegbree. Deze soort groeit in vrijwel het gehele beektraject, plaatselijk met hoge bedekkingen van de onderwatervorm. Het gaat in dit geval om misschien wel de grootste populatie van deze soort in Europa. Drijvende waterweegbree groeit in de beek te midden van bemeste akkers, maar lijkt vooralsnog weinig last te ondervinden van deze eutrofiëring. Mogelijk doordat een sterke mate van buffering optreedt door opgeloste ijzerverbindingen uit diepere bodemlagen.

Dal van de Groote Beerze is de naam van een beheerseenheid van het Brabants Landschap die bestaat uit een aantal terreinen in het dal van de Grote Beerze tussen Bladel en Westelbeers. Het omvat de gebieden Beersbroek en Steenselaarbeemden aan de westkant van het riviertje, en het gebied Grijze Steen aan de oostkant. De eerste twee gebieden zijn kleinschalige cultuurlandschappen met wat stukjes bos en weiland, en houtwallen. Het Beersbroek kent ook schraalgraslandjes met dotterbloem, poelruit, moerasviooltje, klein glidkruid, kleine valeriaan, brede orchis, blauwe knoop en spaanse ruiter. De Grijze Steen bevat nog een heideveldje, waar ook klein warkruid, moeraswolfsklauw, zonnedauw en klokjesgentiaan valt aan te treffen. Sinds 2005 wordt hier al gewerkt om de Grote Beerze weer haar oorspronkelijke meanderende loop terug te geven.

De Mortelen is een laag gebied ten noorden van de Midden-Brabantse dekzandrug. Hierdoor is het een kwelgebied waar bovendien veel leem in de bodem aanwezig is. Dit gebied was te drassig om intensief bewoond te worden. Het kleinschalig cultuurlandschap is daardoor goed bewaard gebleven en erg waardevol.  Het gebied is zeer kleinschalig van opzet met weitjes, akkertjes, houtwallen en stukken oud hakhoutbos. In de vochtige bosjes groeien plantensoorten als: bosanemoon, welriekende agrimonie, dubbelloof, gele dovenetel, lelietje-van-dalen, ruige veldbies, dalkruid, hengel, eenbes, veelbloemige salomonszegel, slanke sleutelbloem, gulden boterbloem en grootbloemmuur. In de natte graslanden komen zeldzame soorten voor als brede en gevlekte orchis, spaanse ruiter en blauwe knoop. Door het gevarieerde landschap broeden hier verschillende vogelsoorten, waaronder wespendief, havik, bosuil, houtsnip en nachtegaal. Daarnaast is het een belangrijk leefgebied voor vlinders, bijvoorbeeld de gehakkelde aurelia en de kleine ijsvogelvlinder.

Laatste update: 18-08-2010

De Levende Beerze

Tel.: 013 - 595 05 95

E-mail: info@debeerze.nl