Streekverhalen de Beerze
De vier ‘mennekes’
Over de Beerze bij Spoordonk (gemeente Oirschot) ligt Viermennekesbrug. Het verhaal gaat dat de brug haar naam dankt aan de tijd dat de Beerze haar grillen had. Op een zekere dag wilde een koning de Beerze over. Alleen de Beerze stroomde zo hard dat de brug die er lag wegspoelde. Vier ‘mennekes’ zijn toen het water in gegaan en hebben met z’n vieren een balk omhooggehouden, zodat de koning de beek kon passeren.
(bron: www.verhalenbank.nl)
…dat hebben de kabouters vast gedaan
Een veel gehoorde uitdrukking, dat hebben de kabouters vast gedaan. Maar wist u dat de kabouters in de Kempen weldegelijk behulpzaam waren, althans zo gaan de verhalen. Maar je kan ze beter wel te vriend houden…
Zo was er een boer in Vessem uitverkoren door de kabouters. Elke nacht hielpen ze hem met de verschillende klussen. Ze dorsten zijn graan, ze karnden de boter, ze waren er maar druk mee. Maar die boer had een lui wijf. Als de kereltjes druk aan het werk waren, bracht dat de nodige rumoer met zich mee. En van al dat lawaai kon de vrouw niet slapen. Ze maande haar man daar wat aan te doen.
De man vertelde haar hoeveel gemak ze wel niet aan die steun hadden, maar ze zeurde hem de oren van de kop maar door. Tot ze haar zin kreeg. Op een zekere nacht waren de kabouters de boer zijn graan weer aan het dorsen. De boer, dol van het gezeur van zijn vrouw, riep de kabouters dat ze moesten stoppen, dat ie er geen last mee van wilde hebben. Meteen riep er een stemmetje dat hij er op deze manier geen last meer van zou hebben. Maar al snel kreeg hij er wel op een andere manier last van. De kabouters droegen die nachten daarop korreltje voor korreltje zijn graag weg. Ze schepten de room van de melk en deden hem op alle manieren schade. Uiteindelijk tot armoe toe.
(bron: www.verhalenbank.nl)
De tand des tijds doorstaan
Joan van Gusten was wezen turfsteken in ’t Haperts Goorke. Aangezien de schemer inviel en hij nauwelijks nog iets kon zien, legde hij zijn zeis op de schouder, stak een pijp op en liep op huis op aan. Onderweg kwam een klein mannetje op zijn pad. Hij dacht eerst dat het een kind was, maar het mannetje had lange grijze haren en een baard tot op de knieen. Het mannetje groette hem vriendelijk en vroeg hem of hij wellicht een pijpje tabak kon bietsen. Joan antwoordde dat hij er wel honderd kon krijgen. Het mannetje haalde zijn pijpje tevoorschijn en merkte op dat hij er aan één genoeg had, maar dat Joan de andere negenennegentig wel mocht hebben. Het mannetje stopte zijn pijp en stak hem aan. Hij dankte Joan hartelijk en voor hij een ander pad koos, wees hij zijn vinger naar de toren van Duizel. “Die zal de tand des tijds wel doorstaan”, zei hij. “Want ik heb hem zelf gebouwd met mijn ‘mennekes’. Vooruit ik zal het maar zeggen, ik ben Kyrie, Koning der Kabouters.” Toen was ie plots weg. Met nog een laatste verrassing: Joan kon ’s avonds honderd pijpen tabak tracteren uit zijn tabaksbuiltje!
(bron: www.verhalenbank.nl)
De brekende aksen
Velen kennen wel de legende van de Heilige Eik op landgoed De Baest bij Oirschot. Herders vonden in het drijfzand langs de Beerze een houten Mariabeeldje. Zij maakten het even verderop vast aan een eik. Toen knielden ze erbij neer en baden tot de Moeder Gods. Niet lang daarna name enkele bewoners van het naburige Beers (Oostelbeers) het beeldje uit de eik en brachten het naar hun dorp. Maar de volgende morgen was het beeldje verdwenen. Het was op een mirakuleuze wijze weer teruggekeert. Toen begreep men dat Maria ‘ten heiligen eik’ vereerd wilde worden. De toeloop van pelgrims van heine en verre was al snel groot. Tot groot ongenoegen van de heer van Spoordonk. Hij beval zijn knechten de eik om te hakken. Maar toen de knechten de eik wilde vellen, braken hun aksen als een wonder af op het oude vermolmde hout van de eik.
(bron: www.verhalenbank.nl)
Lees ook: de Beerze in beeld / streekverhalen
(PDF-document, 105 kB)